Home
Seizoen 2010-2011
Alle seizoenen
Series bestellen
Nieuws
Links
Losse Kaarten
Abonnementen
Voorverkoop
Sponsors
Betalingen
Folder bestellen?
Vriend worden?
Wie waren er?
Recensies
Wat en Waar?
Route
Contact

 Recensies

 
 
Mezzosopraan Cora Burggraaf stond in operaproducties van onder andere het Royal Opera House, de San Francisco Opera, de Salzburgerfestspiele, en ga zo maar door. Het was dan ook iets bijzonders om deze opkomende wereldster van dichtbij in de Morgensterkerk te mogen zien. In een lange jurk met blote schouders met aan haar zijde pianiste Phyllis Ferwerda kwam ze goedlachs en kordaat de zaal binnen. De kenners hebben gelijk: de bescheiden zangeres heeft een mooie stem; heel soepel en naturel zingt ze in de diepte en licht in de hoogte, met een donkere marmeren resonans. Haar uitspraak is accentloos in zowel Frans als Duits. In het verbeelden van haar liederen is ze expressief. Met techniek en acteerervaring maakt ze datgene wat ze wil zingen levensecht. Vooral in de lichtvoetige liederen van Bizet, Ravel en Weill komt dit veelzeggend zingen waanzinnig goed over.
In de liederenreeks ‘Histoires naturelles’ van Ravel spelen verschillende dieren de hoofdrol. Het zijn impressionistische prozaschetsen waarin Ferwerda weloverwogen zonder nadrukkelijk aanwezig te zijn Burggraaf solide begeleidde. Bij Le Grillon (de krekel) wisselen zingen en stiltes elkaar af; ademstokkend imiteerde de piano het trillende geluid van de sjirpende krekel.
Natuurlijk maakt Burggraaf in de dramatische liederen van Brahms, Strauss en Schumann (Gedichte der Königin Maria Stuart) ook gebruik van haar innemende expressie. Heel genuanceerd, telkens verschillend bij een ander lied, accentueerden haar ogen, haar blik en haar handen de woorden. De aandacht was groot en je kwam dichter in het verhaal, een enkele keer voelde je niet; het was te gestileerd. Het doorleefde gevoel was daarentegen wil uiterst tastbaar bij het lied ‘Als an eine Aolsharfe’ van Brahms. Deze grote emoties beschreef Burggraaf dicht bij haar eigen emotie. Weills liederen lenen zich prima voor zing-acteren zoals bij ‘Surabaya-Johnny’ waar ze passie en woede op meesterlijke wijze liet zien. Organisator Wouter den Hond had bij Burggraaf verzoeknummers ingediend als toegift en één daarvan was ‘A Chloris’ van Reynaldo Hahn. Misschien wel het mooiste lied dat ze zong op deze avond. Ze hield alles klein, naturel. Een hemellicht vlakbij.

Rudolf Hunnik, Dagblad De Gooi- en Eemlander, d.d. 31 mei 2010
www.diversityathome.nl
 
 
 
Het Ruysdael Kwartet, dat bestaat uit Joris van Rijn, Emi Ohi Resnick (viool), Gijs Kramer (altviool) en Jeroen den Herder (cello), speelt kamermuziek op internationaal topniveau.
Hun uitstraling is serieus, ze brengen een prachtig warm geluid, en hebben een samenspel dat ongelofelijk hecht en onwrikbaar in balans.

Meesterlijk legato

In de Morgensterkerk begonnen ze met het strijkkwartet nr.10 van Beethoven. Nr.10 heeft de bijnaam 'Harp' en dat komt omdat vooral in het eerste deel, in langzaam tempo, de strijkers er vrolijk op los tokkelen (pizzicato).
Het Ruysdael speelde dit eerste deel heel bedachtzaam, daarna volgden meesterlijke legato passages in het Adagio, en bevlogen virtuoos strijkspel in het Presto. Op het laatst eindigde het vrolijke strijkkwartet met een sterk technisch gespeeld Allegretto vol passagespel en versieringen.

Veegbeweging

En toen maakte het Ruysdael Kwartet een tijdsprong van bijna tweehonderd jaar naar 'Glosse per Quartetto d'archi' van Luciano Berio. Dit moderne werk heeft een vrije structuur met niet uitgesproken ritmes. Maar zo atonaal dat je het niet volhoudt om te luisteren is het ook weer niet. Het is een wonderlijk stuk om te horen, maar ook om te zien. 'Glosse' heeft momenten dat alle spelers in een draaiende beweging met hun nagels en vingertoppen de snaren aanraken; een soort veegbeweging. Samen met korte felle streken op de snaren, riep bij mij associaties op met toeterende auto's die ritsen in de file, waarbij medeweggebruikers naar elkaar seinden van: schiet op, doorrijden.

Magistraal

Pjotr Ilitsj Tsjaikovski heeft maar drie strijkkwartetten gecomponeerd: zijn kamermuziekwerken waren meestal meer uitprobeersels voor zijn grotere orkestwerken. Hier speelde het viertal strijkkwartet nr. 2. Voor dit stuk met zijn Russische klankkleurschetsen werkte de soms lastige akoestiek van de zaal positief mee. Nr. 2 vertolkt uiteenlopende melodieën en ritmes. Denk je in een lieflijke dans te verkeren, even later word je overmand door klanken van stress. Geweldig is de Finale waarin de melodie in fuga terugkeert. Ruysdael bouwde dit werk zorgvuldig in dramatiek, maar ook onbevangen en vrij op. Wederom magistraal.

Rudolf Hunnik
Dagblad de Gooi- en Eemlander
19 Oktober 2009
www.diversityathome.nl
 
 
 
Een klein feestje was het, afgelopen vrijdagavond in de Morgensterkerk, ter gelegenheid van het vijftigste concert in de serie Seinconcerten.
Cultuurwethouder Eric Boog was present om organisator en programmeur Wouter den Hond alle lof toe te zwaaien. Als wethouder van Cultuur was Boog in z’n nopjes over de vele culturele activiteiten in Hilversum: hij noemde ook het vijftiende seizoen van de Raadhuisconcerten en het nieuwe jaarlijkse Festival Gooisch Klassiek.
Na tien seizoenen zijn de Seinconcerten niet meer weg te denken uit Hilversum. Wouter den Hond programmeert een serie van hoge kwaliteit die aanslaat bij een breed publiek.

Grote naam

Ook voor dit jubileumconcert had hij een grote naam in petto: Nino Gvetadze, die tijdens het Lisztconcours van vorig jaar, winnaar van diverse prijzen. Ze is een schot in de roos, deze innemende Georgische pianiste. Met drie walsen van Chopin weet ze binnen enkele minuten het publiek voor zich in te nemen met haar doorleefde spel. Ze speelt met veel liefde voor de muziek en brengt vooral het verhaal in de muziek naar voren.
Techniek is voor haar geen probleem: ze lijkt wel alles te kunnen. Opvallend is haar buitengewoon gevoelige toucher: zij heeft werkelijk een fluwelen aanslag. In de loopjes lijkt ze de toetsen nauwelijks te beroeren, ze klinken licht maar toch helder, precies en trefzeker.
Met ‘Le tombeau de Couperin’ bracht Ravel een ode aan de Franse muziek uit de achttiende eeuw. Nino Gvetadze voorzag deze fijnzinnige muziek van een verfijnde interpretatie. Zij speelde dit stuk in een strakker tempo dan Chopin walsen, hetgeen de structuur van bijvoorbeeld het fugatische openingsdeel fraai deed uitkomen.

Halsbrekend

In de Sonate in b van Liszt speelde ze de meest halsbrekende passages met grote souplesse waardoor niet haar virtuositeit maar de muziek zelf centraal kwam te staan. Ongelofelijk wat een zeggingskracht deze pianiste heeft. Veel aandacht besteedt zij aan de opbouw van haar muzikale betoog. Breed meet zij de fortissimo-passages uit om vervolgens spannende overgangen te maken naar zachte passages. De bomvolle zaal is muisstil. Ja, zo wordt een jubileumconcert een onvergetelijke avond.

Josée Zuiver
De Gooi- en Eemlander
28 september 2009
 
 
Nog even en de makers van de Seinconcerten in de Morgensterkerk kunnen terugkijken op een succesvol tienjarig bestaan. Vrijdag werd hun negende jaar afgerond met een concert van het Amsterdams Baroque Trio, bestaande uit Bart Schneemann op barokhobo, Lucia Schwartz op cello, en Menno van Delft op klavecimbel. Een competent drietal dat ons telkens op amusante wijze van achtergrondinformatie voorzag over de werken die ze gingen spelen. Een triosonate van Joseph Bodin de Boismortier was de eerste in een rij van sierlijke luchtige Barokmuziek. De muziek werd stevig neergezet. Tempi waren levendig en beheerst en Schneemanns hobo speelde de hoofdrol, warm gekoesterd door cello en klavecimbel. ‘Sonate in G BWV 1027’ van Johann Sebastian Bach was oorspronkelijk een compositie voor twee fluiten, nu bewerkt voor cello piccolo. Lucia Schwartz schotelde ons dit virtuoze werk voor op een cello uit 1700. Een groot geluid bracht dit instrument weliswaar niet voort, maar maakte het werk wel intiem en sprankelend door de snelle loopjes. ‘Sonate ŕ la maresienne’ van Marin Marais is hofmuziek bij uitstek. Schneemann legde ons het onderscheid uit tussen de barokhobo en de moderne hobo. Het grote aantal klepjes op de moderne hobo maakt het verschil; hierdoor kan een speler makkelijker met zijn handen de octaven spelen en niet zoals veeleer door de manier van blazen (overblazen). Een Barokhobo hanteren is dus een kunst en Schneemann beheerste deze uitstekend. ‘La maresienne’ zit vol met wervelende, deinende noten, en lastige versieringen. Hier klonken de opklimmende noten parmantig en glashelder van toon.
Ook Menno van Delft gaf ons een lectoraat, en wel over de hofmuziek ten tijde van Jean-Philippe Rameau. Toetsenisten zien het als een uitdaging om op klavecimbel te mogen spelen, toehoorders willen wel eens afhaken bij teveel lichte en herhalende noten van dit instrument. Van Delft bekoorde ons in ‘Les Trois Mains’, met razendsnel overpakken van de handen, en liet zien dat klavecimbelmuziek wel degelijk boeiend kan zijn.
Het trio sloot af met een avontuurlijk gespeeld werk van Bodin de Boismortier met als toegift een Aria uit een triosonate van George Philipp Telemann. Verrassend melodieus en een blijmoedig slot.

Amsterdams Baroque Trio. 49e seinconcert in de Morgensterkerk te Hilversum. Gehoord: 12 juni

Rudolf Hunnik
www.diversityathome.nl
 
 
 
Matangi speelt sterren van de hemel

Brahms schreef dat zijn 3 strijkkwartetten per tangverlossing ter wereld kwamen: “Het componeren gaat me goed af, maar het is hels moeilijk om de overbodige noten onder tafel te vegen.” Duidelijk is dat het Matangi kwartet minstens zoveel zelfkritiek in haar programmering legt. Er ging bijna 10 jaar overheen, want vrijdagavond was het voor hen de eerste keer dat ze dit prachtige kwartet speelden. Daar staat tegenover dat ze –en dat zou je niet verwachten- in het oprichtingsjaar als eerste Weberns Langsamer Satz op de lessenaars zetten. Wie fronst bij Webern moet weten dat dit werk zich nog veilig binnen de grenzen van de tonaliteit beweegt. Matangi, het is een opmerkelijk viertal: drie mannen die volstrekt onbewogen en plat op hen stoel zitten, amper oogcontact lijken te houden en de zaal mijden. En dan een primarius, die de levendigheid zelve is en er geen been in ziet de werken in te leiden. Dat doet ze erg leuk. De vaak ragfijn gemodelleerde werken van Webern en Zemlinsky moeten het van stiltemomenten hebben en die waren ruim voorhanden.

Hypergeconcentreerd
De bijna volle zaal zat hypergeconcentreerd te luisteren. In de pauze was wel duidelijk dat velen het zware kost vonden: lastig te verteren. Alle hoop was gevestigd op Brahms. Nederland kent Weberns Langsamer Satz (1905) dankzij het Hilversumse Gaudeamus Kwartet, dat het werk veelvuldig uitvoerde, maar dat is alweer 40 jaar geleden. Een vergelijk met de Gaudeamus-LP leert dat Matangi een transparante aanpak voorstaat die in Zemlinsky’s zesdelige kwartet en zwanenzang (1936) naadloos wordt voortgezet, alhoewel dit werk enorm stemmingswisselingen kent. Brahms was in één woord af. Ontroerd zit je te luisteren hoe het ene prachtige thema zich rijgt aan het andere en dat overstraald door het soevereine gemak waarmee Matangi dit uitvoert. We hebben een topensemble binnen onze landsgrenzen. En Maria-Paula? Ook zij komt uit het Gooi.
Snoepje van de week was de toegift, het wondermooie canzonetta uit Mendelssohns kwartet in Es, dat Matangi juist op CD zette. Welverzorgd programmaboekje dankzij de inzet van organisator Wouter den Hond.
Tjako Fennema
Dagblad De Gooi – en Eemlander 16 maart 2009-03-16
 
 
 
Stevige kost dit programma, zou je denken, dus het zal wel rustig zijn. De kerkzaal zat dus hartstikke vol en meerdere malen kon je een speld horen vallen. De nieuw aangeschafte podiumverlichting en de stofversierde achterwand zorgen voor meer concertzaalsfeer dan ooit in de Morgenster! Het is zo’n optreden waar je de hele dag naar uitkijkt, vanwege de opwindende programmering.
Violiste Carla Leurs mocht vóór-applaus in ontvangst nemen vanwege haar kersverse benoeming tot 1e concertmeester van het London Philharmonic Orchestra en zij beloonde de zaal door in Debussy’s Sonate voor viool en piano (1916) wondermooi uit te pakken, waarbij zij haar bladmuziek amper nodig had. Fantastisch. Timora Rosler opende de avond met Debussy’s Sonate voor cello en piano uit 1915, waarin zij een warme, donkerbruine klank paart aan een zekere zakelijkheid, die na de pauze –in Messiaen- zeer goed van pas komt. Ook klarinettiste Céleste Zewald houdt zich ingetogen in Debussy’s Premičre Rapsodie voor klarinet en piano uit 1910 en spaart waarschijnlijk haar krachten voor Messiaen, waar ze monumentaal op dreef is, zonder ook maar even op drift te raken. Het Kwartet voor het einde der tijden is al bijna zeventig jaar oud en werd geschreven en op krakkemikkig instrumentarium uitgevoerd in een 1941-werkkamp in de buurt van Dresden.
In de beperking toont zich de meester en wat Messiaen schreef voor de combinatie van viool, cello, klarinet en piano, hoort tot de mooiste kamermuziek van de 20ste eeuw.
Superlatieven schieten te kort om de verrichtingen van dit viertal, solo en in vereniging in Messiaen te beschrijven, waarin met name de pppp-passages die Céleste Zewald aan haar klarinet ontlokt, je de haren overeind doen staan. In de Danse de la Fureur (VI, dans van de woede) raakt de violiste haar contactlens kwijt en duikt achter de coulissen om een bril te zoeken. Een idiote onderbreking, maar deze muziek kan het hebben. Imposant is het alerte pianospel van Daniël Kramer, ingetogen waar hij moet begeleiden en overweldigend wanneer hij er tegenaan kan.

Gooi en Eemlander, 2 februari 2009-02-02
Tjako Fennema

 
 
 
De serie Seinconcerten bestaat dit seizoen uit twee miniseries: vier concerten rond strijkers en drie onder de noemer Tijdgeest. De tweede strijkersavond, afgelopen vrijdag, omvatte een recital door de Belgische celliste Marie Hallynck. Zij werd gebegeleid door pianist Muhiddin Dürrüoglu.(foto repetitiefragment, red.)
Een schot in de roos, een concert met deze jonge cellodame. Hoewel ze volgens haar biografie 35 jaar is, oogt ze als een jong meisje met haar paardenstaart en zwart strapless jurkje. Maar bij de eerste streken op haar cello is meteen te horen dat we hier met een volwassen, zeer getalenteerde vakvrouw te maken hebben. De eerste tonen van Beethovens variaties op een thema uit Die Zauberflöte van Mozart klinken buitengewoon genuanceerd en perfect afgewerkt. Elke noot heeft zijn eigen zeggingskracht: zwaar, licht, stevig of ijl, elke frase zingt en vertelt een verhaal. Marie Hallynck heeft ook de ideale begeleider: pianist Muhiddin Dürrüoglu, van Turkse afkomst, is ook in het dagelijks leven haar partner. Het straalt ervan af dat ze op elkaar kunnen bouwen. Dürrüoglu let goed op de celliste die schuin achter hem zit, hij kijkt regelmatig om en volgt nauwgezet haar tempo. Intussen speelt hij met evenveel gevoel en precisie zijn pianopartijen.
Alleen al voor de weergaloos gespeelde cellosonate van Britten zou de ruimte voor deze recensie al te klein zijn. Een ware dialoog tussen beide instrumenten – ‘Dialogo’ is ook de titel van het eerste deel – met gepassioneerd spel en flitsende pizzicati in het tweede deel. Maar na dit adembenemende vuurwerk volgt een nog indringender stuk: Emotions Fugitives, een eigen compositie voor cello en piano van Muhiddin Dürrüoglu. Een langzame, vrijwel ononderbroken reeks van steeds dezelfde zeer hoge noot op de piano klinkt als gestaag vallende waterdruppels. Hiertegen worden spannende, grillige motieven gespeeld, heel vrij alsof er geen maat bestaat. Allerlei effecten zoals glissandi en pizzicati komen in razend tempo voorbij. Het geheel mondt uit in een expressieve, emotionele climax.
Een heel andere sfeer ademt de Cellosonate van Brahms: donkere kleuren hebben hier de overhand. Terecht klonk er even een kort applaus na het betoverend mooie eerste deel. De sonate besluit met een fugatisch opgezet Allegro, waarbij de strakke fugathema’s worden afgewisseld door romantische melodieën. Na het virtuoze slot barst een enthousiast applaus van de volle zaal los. Dit werd beloond met maar liefst twee toegiften.


Josée Zuiver
Gooi en Eemlander 10 november 2008
 
 
 
Zo'n prachtig pianokwintet (het enige) van Brahms, uitgevoerd door het Párkányikwartet is misschien wel de belangrijkste reden om naar deze kamermuziekavond te gaan. Verrassend is dan dat op deze avond het Atlantic Trio zowel in programmering als in uitvoering de show steelt.Haast niemand kent het pianotrio van de Russische componist Sergei Tanejev (1856-1915). De componist groeide op in welgestelde kringen, studeerde bij Tsjaikofsky en was leermeester van Rachmaninow en Scriabin. Zijn composities getuigen van pijnlijke doch fijnzinnige nauwkeurigheid en groot contrapuntisch inzicht.En het Atlantic trio (viool, cello, piano) had zijn zaakjes perfect en gloedvol voor elkaar. De volle zaal werd voorafgaand aan de uitvoering vergast op enkele muziekvoorbeelden, aangedragen door de buitengewoon alert spelende pianist Bas Verheijden. Dat hielp aanmerkelijk om de structuur van dit onderhuids gloeiende trio te vatten. Ik weet niet hoe vaak de (jonge) mannen van Atlantic dit werk al vertolkten, maar ik heb zwaar geďmponeerd naar deze prachtige compositie en buitengewoon verzorgde uitvoering geluisterd. Hulde.Brahms' enige pianokwintet hoort in de muziekliteratuur tot de schaarse voorraad. Van de 'groten' schreven slechts Schumann, Dvorak, Sjostakovitsj en in zekere zin Schubert (Forellenkwintet) ook een pianokwintet. Brahms bouwt in deze compositie in zekere zin door op Schubert en de fijnproever herkent met gemak enkele Liedmotieven.Zoals gezegd, het zou me niet verbazen als een aanmerkelijk deel van het publiek speciaal voor dit kwintet was gekomen, om over de fans van het Párkányíkwartet maar te zwijgen. De ruimtelijke kerkzaalakoestiek staat niet op geheel vriendschappelijke voet met kamermuziek dus het is even wennen aan de galm. Misschien dat de leden van het Párkányíkwartet daar ook wat last van hadden. 's Middags beluisterde ik als opwarmer de cd met het Tokyo String Quarteten de pianist Barry Douglas. Dat ensemble hult deze prachtige muziek in een warm en chocoladebruin klankbad.Het Parkanyi kwam niet altijd tot kookpunt, kortom, het moment waarop de vier instrumenten versmelten. Gelukkig waren er genoeg prachtige momenten. De cellist die in de beginmaten van het scherzo-allegro zijn instrument inzet als een pijl en boog om een buitengewoon opwindend pizzicato op het gehoor los te laten. De finale bood frases waarin altviool en cello voor de volle 100% versmolten. Dat was genieten geblazen, pardon, gestreken.

31 maart 2008 Gooi en Eemlander
Tjako Fennema
 
 
 
Puristen zullen fronzen als ze lezen dat het rietkwintet Calefax met hun gearrangeerde klassieke muziek 'een ensemble is met popmentaliteit'. En schrikken als zij moeten luisteren naar drie gedegen pianowerken van Russische componisten die bewerkt zijn voor blazers. Maar niemand van het publiek ontvluchtte zaterdagavond onthutst de Morgensterkerk toen Calefax als eerste de ‘Ouverture Notenkrakersuite’ van Peter Tsjaikovsky speelde. De virtuositeit van haastige trippelende balletnootjes bond je aan je stoel vast. Dit herenensemble straalt een groot zelfvertrouwen uit. Hun jarenlange samenwerking staat garant voor prachtig intuďtief samenspelen.

Balletmuziek die ingedikt werd van symfonieorkest naar vijf blazers bleef uiterst herkenbaar, maar hoe klinkt het als je kleine pianominiatuurtjes 'opblaast' tot kwintet? Sergej Prokofievs 'Visions Fugitives' gaat over een wereld met een wisselend spel van regenbogen. In het eerste deel Lentamente hoorde je hoe Jelte Althuis donkere klanken uit zijn basklarinet wist te halen. Maar ook in een langzamer deel produceerde hij met pompende blaasnoten een ijzersterk tempo. Tussendoor wandelde de hobo, uiterst vaardig bespeeld door Oliver Boekhoorn, met een Franse melodieuze zwier. Hij vertelde zijn verhaal soms pregnant, soms op de achtergrond. Kleurrijk en divers kon je zo'n arrangement wel noemen, maar af en toe was het behoorlijk dichtgetimmerd. Er was geen ruimte voor luchtigheid, maar dikwijls gehaast en scherp van toon.
Dan liever Alexander Skrjabins 'Etudes'. Geďnspireerd door Chopins Etudes schreef Skrjabin deze in een tamelijk formele laatromantische stijl. Calefax hield zich hier ook aan. Wakker geschud door kwetterend blaasspel van Raaf Hekkema op sopraansax en Ivan Berix op klarinet belandden we in een prachtige samenspel. Een minutenlang afscheid van weglopende en terugkomende blaasriedels waarbij je de verdeling van linker- en rechterhandpianopartij hoorbaar herkende.

Met wederom een onderhoudend praatje van fagottist Alban Wesly nam Calefax alvast afscheid van de bomvolle zaal. Want in de 'Preludes en Fuga's opus 87 van Dmitri Sjostakowitsj mochten geen pauzes vallen. Van origine schreef Sjostakowitsj dit als eerbetoon aan het werk van Johann Sebastian Bach. Pas in een herkenbare fuga hoor je het hypnotiserende themaverloop dat we kennen van Bach, maar tegelijkertijd was Sjostakowitsj' weemoedigheid duidelijk waarneembaar. Geheel geplaatst in een moderne setting, misschien wel postmodern. Allerlei muzikale citaten trokken aan je voorbij. Hoorde je betoverende oosterse slangenbezweerder muziek, even later klonken krachtige korte stotende blaastonen die je deed denken aan een militaire parade. Calefaxs adaptatie van dit werk is bekwaam, wat onromantisch wellicht en eerder hyperrealistisch, maar imponerend.

Recensie 27 januuari 2008
Gooi en Eemlander, Rudolf Hunnik
www.diversityathome.nl
 
 
 
De serie Seinconcerten was al afgelopen, maar de organisatie had nog een extra concert in petto. Een optreden van de Friese zangeres Nynke Laverman, die bekendheid kreeg door Portugese fado’s in het Fries te vertalen en te zingen. Voor haar tweede theaterconcert, ‘De Maisfrou’ deed zij inspiratie op in Mexico, war ze samen met dichtere Albertina Soepboer heen reisde. Zij hebben de levensverhalen van de Mexicaanse vrouwen in het Spaans en het Fries weergegeven. Een van die oervrouwen is de Maisfrou die aan het einde van haar leven nog steeds durft te dromen.
Nynke Laverman is pas midden twintig maar heeft een heel eigen, zelfbewuste stijl. Alleen al de presentatie is bijzonder: soms in het Nederlands of Spaans, maar meestal zonder uitleg of concessies in het Fries. Ademloos luister je naar die fascinerende taal waarvan je helaas maar weinig verstaat. De diepgang van de teksten ontgaat je echtere niet door de expressie waarmee ze worden voorgedragen. De stem van Nynke is warm en doorleefd. Donkere, sensuele kleuren zijn haar sterkste troef, vooral te horen in ‘Der wie ris, vlak voor de pauze. Maar ook zingt ze gepassioneerde teksten met pittige Zuid-Amerikaanse ritmes als ‘Man op it sân’.
Een belangrijke rol is weggelegd voor de drie instrumentalisten van haar band. Zij maakten prachtige arrangementen op basis van Mexicaanse volksmuziek en tangoritmes waardoor de tropische sfeer van de teksten nog eens worden onderstreept. Sytze Pruiksma is niet alleen slagwerker maar ook brein achter het muzikaal concept. Hij weet de emoties van de songs te kleuren met een geraffineerde keuze aan instrumenten. Gitarist Ward Veenstra blinkt uit in melodische duetjes met de zangeres, naast het stevige, ritmische akkoordenwerk. Joël Groenewold zorgt voor een altijd zuivere basis op zijn contrabas, getokkeld of gestreken.
Steeds is er een hechte samenwerking tussen Laverman en haar bandleden. Ze kan zich daardoor ook volledig concentreren op haar teksten en speelt haar rol als performer met overgave Nu eens tronend op een verhoging achter op het toneel, voor een simpel decor van juten koffiezakken, dan weer dansend over het podium. Een sfeervolle belichting in de Morgensterkerk onbrak helaas, waardoor zo’n zwoele dans te weinig tot z’n recht kwam. Toch paste die tegenstelling wel bij de voorstelling met die bijzondere combinatie van nuchter Fries met Mexicaans temperament.
Josée Zuiver De Gooi en Eemlander
 
 
 
Een pronte verschijning, Liza Ferschtman, maar laat haar maar schuiven. Die vanzelfsprekendheid in presentatie mist zijn uitwerking niet in haar vertolkingen. Alhoewel haar partij op de lessenaar ligt, lijkt ze de noten amper nodig te hebben, want haar gestiek is buitengewoon expressief. Haar fotogenieke beweeglijkheid wordt geaccentueerd door een stevige krullerige bos donkerrood haar. Het is onthutsend hoe soepel zij van Mozart overstapt naar Prokofiev. Onthutsend hoe haar forse streken in Schubert contrasteren met de meer dan fluisterzachte momenten bij Webern.
De 22-jarige Mozart schreef zijn enige compositie in de toonsoort e, de tweedelige sonate KV 304, in Parijs. De textuur van deze doorwrochte compositie werd door Ferschtman feilloos ontrafeld terwijl ze de delicate en gevoelige noten van het menuet prachtig liet zingen.
Prokofiev werkte zijn Sonate nr. 2 voor fluit en piano uit 1943 op verzoek van violist David Oistrach in ’44 met weinig ingrepen om voor viool en piano.
Het is een zonnig stuk om ‘de zinnen van de oorlog even te verzetten’. Viool en piano krijgen alle kansen en ballet- en sprookjeswereld liggen zacht gloeiend onder de oppervlakte van deze spannende compositie.

Na de pauze speelt ze het superconcentraat, zijnde Weberns 4 Stucke. Bijna 100 jaar oud alweer, dit verschroeiend hoogtepunt van de tweede Weense School. Ach, zo meldt zij, je praat er langer over dan de muziek duurt. In slechts 62 maten muziek wordt in dit vierdelige werk een immens muzikaal universum ontvouwd. Het duo kreeg de volle zaal doodstil. Alsof Ferschtman nog niet voldoende overtuigingskracht en zelfvertrouwen had tentoongespreid, kwam als afsluiting een van de hoogtepunten uit de viool/pianoliteratuur: Schuberts Fantasie in C, een werk dat de hoogste eisen stelt aan virtuositeit, zowel voor viool als piano.
Met een bewonderenswaardig naturel overbrugt Ferschtman de grootste verschillen in gemoedsstemming, waarbij ze een slanke, zilverachtige en uitgebalanceerde klank produceert.
De 28-jarige Israëliër Inon Barnatan komt op een middelgrote Boston concertvleugel tot prachtige en virtuoze wisselwerkingen met haar. Hij speelt soms een tikkeltje vlak, vooral bij Mozart en Schubert mogelijk iets te hightech. Organisator Wouter den Hond kondigde een nieuwe serie Seinconcerten aan (www.seinconcerten.nl). Daar zitten juweeltjes onder van een kwaliteit die op de podia van de grote wereldsteden niet misstaan. En dat in Hilversum!

Tjako Fennema
Gooi en Eemlander 23 april ’07
 
 
 
Bij de overvloed aan concerten die een recensent meemaakt zijn er soms nog maar weinig die echt verrassen of imponeren. Het recital van Janine Jansen en David Kuyken gisteravond was er echter wel degelijk één uit de laatste categorie. De jonge Soester violiste, inmiddels een ster van formaat, vergeet ondanks haar wereldwijde successen haar geboorteregio gelukkig niet en het Hilversumse publiek, waaronder opvallend veel jonge mensen en musici, wist dat op zijn waarde te schatten. Nog vóór zij één noot gespeeld had, had zij haar eerste ovatie al te pakken.
Het krediet dat men haar hiermee op voorhand gaf was trouwens volkomen gerechtvaardigd. In haar weergave van de sonates van Beethoven, Ravel en Strauss maakte zij alle superlatieven waarmee zij de laatste tijd beschreven is, waar. Haar hele houding straalt muziek uit. Dat was meteen al te zien en te horen in Beethovens sonate nr. 8, die met een indringende expressie gespeeld werd, steeds gericht op verfijning en een zo rijk mogelijke kleurschakering. Jansen brengt elk thema als een verhaal op zich en legt daarin al haar uitdrukkingskracht. Vooral zachte passages en trillers klinken meesterlijk onder haar soepele streken. Ravels Sonate in G en dan vooral het middendeel, dat bestaat uit een blues vol Amerikaanse jazzinvloeden, was wat rauwer. Maar ook dat glansde bij haar. In de veeleisende vioolsonate van Strauss deden violiste en pianist qua moeilijkheidsgraad niet voor elkaar onder. Hoewel alle aandacht meestal uitgaat naar de violiste, mag de inbreng van David Kuyken zeker geroemd worden. Zo'n recital staat of valt immers met een goede begeleider. Kuyken straalt hetzelfde heilige vuur uit als Janine Janen zodat zij samen een ideaal koppel vormen. Na een toch zeer vermoeiend programma had het tweetal nog energie genoeg over voor zelfs twee toegiften.

Els Boer
G&E 2-2-2004
 
 
 
In de serie Seinconcerten trad vrijdagavond een internationaal pianokwartet op. Beide violisten waren Oostenrijks, de pianiste Duits, en dan onze ‘eigen’ celliste Quirine Viersen Nederlandse. Zij brachten veel mensen op de been: de kerkzaal van de Morgensterkerk was vrijwel tot de laatste plaats bezet. Het repertoire was bepaald niet gemakkelijk. Voor de pauze stond het eerste deel van het onvoltooide pianokwartet van Mahler op het programma, gevolgd door de Suite voor 2 violen, cello en piano linkerhand van Korngold.
Direct na de inleidende maten van Mahler was te horen dat de musici uitstekend op elkaar ingespeeld waren. Een wolk van klank vulde de ruimte, de instrumenten waren goed in balans. Toch bleef dit romantische stuk nogal in de lucht hangen, je voelde als het ware dat het nog niet ‘af’ was, maar helaas, meer is er niet overgeleverd. Heel andere klankkleuren werden geschilderd in de Suite van Korngold. Het leek alsof het gebruik van alleen de linkerhand van de piano gecompenseerd moest worden met een vinnige zetting. Ook de andere instrumenten kregen heftige passages te verstouwen. In deze grillige muziek zaten allerlei themaatjes, veel dynamiek en er leken allerlei citaten uit andere muzieksoorten op te duiken. Een lappendeken die weinig emotie wist op te roepen. Aan de musici lag dat zeker niet, die speelden perfect en met overgave, zuiver en spatgelijk. Bij Schoenberg, de uitvinder van de atonale muziek die vaak doorgaat voor een ‘moeilijke’ componist was die emotie er wel. De twee stukken die werden gespeeld waren heel verschillend. Verklärte Nacht is een vroeg werk, nog geheel tonaal, de atonale Fantasie voor viool en piano is een van zijn laatste werken.
Hoewel er voortdurend grote intervallen en dynamische verschillen in de Fantasie zitten, maakten violiste Hanna Weinmeister en pianiste Silke Avenhaus prachtige spanningsbogen. Verklärte Nacht is op zich al een verhaal: Schoenberg schreef dit op een gedicht van Richard Dehmel waarin een vrouw haar geliefde bekent dat zij een kind van een ander draagt. Plezierig was, dat dit gedicht op het programmablad was afgedrukt. In de bewerking voor viool, cello en piano van E. Steuermann die werd gespeeld, lijken de viool en de cello de personages van het verhaal te zijn, de piano beeldt de nachtelijk sfeer uit. Dit was duidelijke een heel andere Schoenberg, en niet minder expressief! Een geladen sfeer, gespeeld met veel warmte en emotie. Vooral het verstilde slot, met versmeltende melodieën in de viool en cello, gaven de berusting en de liefde uitstekend weer.

Josée Zuiver
Gooi en Eemlander 12 maart 2007
 
 
 
Voor het eerst gaf het huidige Párkányi Kwartet vrijdag een concert in Hilversum. Dat dit een bijzondere gebeurtenis was realiseerde muziekminnend Hilversum zich kennelijk ook, want de Morgenster moest extra stoelen bijzetten. De zaal puilde echt uit. Hier zaten vier strijkers in de schijnwerpers die het muzikale hart zeer gelijkkloppend op de juiste plaats hebben. Met Haydn, Wolf en Beethoven lieten zij een perfect staaltje van samenspel horen, waarbij de essentie van de muziek steeds op de voorgrond stond. Haydn kreeg bijvoorbeeld een heel teer klankbeeld mee. Nergens kwam het spel boven piano of mezzopiano uit, het hele werk was vooral gericht op intimiteit. Primarius en naamgever Párkányi was nergens te nadrukkelijk aanwezig en voegde zich vloeiend in het geheel. Stuk voor stuk kregen de musici de kans om te schitteren maar wel altijd binnen de context van de hele groep. De luchtige Italiaanse Serenade van Hugo Wolf vormde een trait d'union tussen Haydn en Beethoven. Het zesdelige opus 18 behoort tot de vroege kwartetten van Beethoven. Nummer 4 die hier tot klinken werd gebracht is de enige in mineur. Het karakter van het stuk werd raak getroffen, met veel aandacht voor het detail. Ook hier werd vanuit pianissimo gedacht maar op momenten dat het kwartet sporadisch tot een dynamisch opgebouwd forte kwam, was het effect dan ook des te groter.. Deze vier Hilversumse musici hebben maar een doel: de muziek van de componist zo indringend mogelijk over te brengen zonder het nastreven van effectbejag of pathos. Het Párkányi Kwartet (voorheen het Orlando Kwartet) is weer helemaal terug in zijn oude topvorm en heeft met Michael Muller leen prima vervanging gevonden voor Stefan Metz. De luide bravo’s na afloop waren volkomen terecht.

Els Boer, de Gooi en Eemlander 21 maart 2002
 
 
 
Muziekrecensie voor KUNST van 15 jan. 2007

Schneemann en Giacometti mooi op één lijn

Programma: Schumann: Romanzen op. 94, Gesänge der Frühe, Adagio und Allegro op. 70, Albumblatt, Aus den Hebräischen Gesängen, Abendlied, Du bist wie eine Blume en Fantasiestücke op. 73. Gehoord: vrijdagavond, Seinconcerten Hilversum.

In een bijna uitverkochte Morgensterkerk schilderden pianist Paolo Giacometti en hoboďst Bart Schneemmann vrijdag een aantrekkelijk portret van de componist Robert Schumann. Verschillende facetten van zijn oeuvre werden tot klinken gebracht, van emotionele werken tot geëxalteerde klanken en echte Sturm-und-Drang muziek. Een hobo/piano recital is op zich nogal een zeldzaamheid. Niet zo zeer omdat er geen muziek voor die combinatie geschreven zou zijn, maar wel omdat een avondvullend programma voor een hoboďst fysiek eigenlijk te zwaar is. In dit geval komt daar nog bij dat Robert Schumann slechts één werk voor deze specifieke combinatie heeft geschreven, namelijk de Romanzen op. 94. De overige duo-stukken van deze avond waren dus bewerkingen. Maar het enthousiasme en de hartstocht waarmee het tweetal deze muziek te lijf ging, zorgde er voor dat het publiek aan het eind van de avond tot de conclusie moest komen dat het niet uitmaakt op welk instrument er gespeeld wordt, als het maar met liefde en perfectie gebeurt. Extra moeilijk was het dat bijvoorbeeld de Fantasiestücke op. 73 voor een hobo d’amore nog veeleisender en letterlijk adembenemender zijn dan voor de oorspronkelijk bedoelde klarinet. Het was overigens overduidelijk dat deze musici perfect op één lijn zaten. Dat was al waarneembaar in het openingswerk: de Romanzen op. 94, waarbij Schneemann speelde op de ‘gewone’ hobo. Pianist Giacometti toonde zich een fijnzinnig kunstenaar die de hoboďst prachtig wist te volgen en ondersteunen. De drie deeltjes klonken verstild en intiem, mede omdat Schneemann zo’n mooie dynamiek in zijn spel legde; vooral de pianissimi werden schitterend uitgevoerd. Dat gold ook voor het Adagio en Allegro op. 70, dat eigenlijk voor hoorn/piano geschreven is. Na het ingetogen adagio gingen alle remmen los in het wervelende allegro. De duo-werken werden afgewisseld met piano-solostukken waarin de pianist zijn mooie, lichte toucher liet horen. Giacometti is vooral bekend wegens zijn integrale opnamen van Rossini’s pianowerken, maar met Schumann bleek hij ook uitstekend uit de voeten te kunnen. Na anderhalf uur Schumann bracht het tweetal in de toegift de luisteraars weer terug naar de huidige tijd met een werk van de Argentijnse componist Piazzolla.

Els Boer
 
 
 
Street Tango Kraayenhof feest voor oog en oor

Adios Nonino ontbrak natuurlijk niet op het Seinconcert in De Morgenster. Met zijn Sexteto Canyengue timmert bandoneonist Carel Kraayenhof al jaren aan de weg en specialiseert zich daarbij vooral op de muziek van de Argentijnen Piazzolla en Pugliese. Toch werd de hardwerkende Carel Kraayenhof pas dankzij de fotogenieke traan bij het Adios Nonino tijdens de bruiloft van prinses Máxima in één keer wereldberoemd.

In zijn huidige tournee brengt Kraayenhof met zijn sextet Piazzolla’s tango’s in een combinatie met Bernsteins West Site Story. Er was vrijdag een volledig uitverkochte zaal voor dit programma en er moesten zelfs veel belangstellenden geweigerd worden. Kraayenhof en de zijnen zetten meteen de toon met twee pittige tango’s van Piazzolla, waaronder de Street Tango waarnaar dit programma genoemd is. Deze klonk vooral lekker rauw en soms wat triest.

De West Side Story heeft, zeker in de opening, datzelfde rauwe en sloot daar dus mooi bij aan. Op dat punt was het zestal uitgebreid met percussionist Joke Hamminga, die een trefzekere en ritmische ondersteuning gaf. De strijkers Martijn van der Linden en Willem van Baarsen, bassist Daniel Lehmann, gitarist Andreas Suntrop en pianist Sebastiaan van Delft zorgden voor een pittige begeleiding van de bandeonist, die zelf voor de arrangementen tekende. Bekende melodieën uit de West Side Story als A boy like that, One hand one heart, Maria en Mambo werden steeds afgewisseld met Argentijnse tango’s. Hoewel Bernsteins muziek uitstekend werd uitgevoerd ligt Kraayenhofs kracht toch vooral bij de tango. Zijn spel was gepassioneerd, rijk gekleurd en vóór alles voorzien van het kenmerkende, strakke, afgebeten tangoritme. De andere musici pasten daar als een handschoen omheen. Dat Kraayenhof ook prachtig legato en romantisch kan spelen bleek in het gevoelig gespeelde Ave Maria van Piazzolla. Zijn publiek genoot zichtbaar en hoorbaar. Street Tango was inderdaad een feest voor oog en oor.

Els Boer, Gooi en Eemlander
 
 
 
Spannende muziek met dieren

Enorme opkomst bij familieconcert met Edwin Rutten


Traditiegetrouw sloot de Stichting Signaal Muziekprodukties vrijdagmiddag haar serie in de Morgenster af met een familieconcert. De belangstelling was overweldigend. Hele gezinnen, grootouders met kleinkinderen en kinderen van de naschoolse opvang vulden de kerk tot de laatste plaats.

Aan verteller Edwin Rutten de taak om de jeugd, in leeftijd variërend van één jaar tot een jaar of veertien, zo’n anderhalf uur bij de les te houden. Dat was deze bekende Hilversummer wel toevertrouwd. Het overgrote deel van de kinderen luisterde geboeid, enkel de kleinsten konden dat natuurlijk niet zo lang opbrengen. Vooral tijdens Saint-Saëns’ Carnaval der Dieren wed het onrustig, maar de musici, leden van het Radio Filharmonisch Orkest en dirigent Wouter den Hond, leken daar weinig last van te hebben. Edwin Rutten presenteerde de veertien delen van het Carnaval als een bruiloft van de koning der dieren, de leeuw. Daarbij verwees hij tussen de bedrijven door ook nog naar andere kinderwerken, als Peter en de Wolf en het olifantje Babar.

Van Loevendie’s sprookje De Nachtegaal maakte hij met veel gebaar, een aanstekelijke mimiek en een perfecte timing een tot op het laatste moment spannend verhaal. De kleurrijke muziek van Loevendie en de gedegen uitvoering deden de rest. Klarinettist Frans de Jong, die de echte nachtegaal uitbeeldde, vormde een mooi contrast met de overige instrumenten die de ‘mechanische’ vogel voor hun rekening namen. Voor concertorganisator en violist Wouter den Hond was dit zijn debuut als dirigent. Speciaal voor deze gelegenheid heeft hij directielessen gevolgd en hij bleek er ook beslist talent voor te hebben. Uiterst accuraat gaf hij leiding aan musici en verteller, waardoor alles goed op zijn plek viel. Ook de jeugd kon deze muziek waarderen. De zevenjarige Ewout die met zijn familie uit Huizen gekomen was, luisterde opmerkelijk aandachtig naar De Nachtegaal. Hij had zich zelfs voorbereid. “Thuis hebben we de cd”, vertelde hij, “Hier is het wel anders dan op de cd, maar ik vind dit mooier omdat je nu ook echt wat ziet.” De enorme opkomst bij dit concert bewijst eens temeer dat er ook bij de jeugd wel degelijk interesse bestaat of gekweekt kan worden voor klassieke muziek. Edwin Rutten is er in elk geval een uitstekende ambassadeur voor.
 
 
 
Claron McFadden laat publiek genieten...

Met haar liedrecital van vrijdagavond stelde de Amerikaans/Nederlandse sopraan Claron McFadden haar publiek in de zeer goed gevulde Morgensterkerk niet teleur. Integendeel, tijdens haar Hilversumse debuut liet zijn de mooiste facetten van de zangkunst horen, van klassieke liederencycli tot spirituals en van populaire songs tot opera.

McFadden begon haar recital met oude kluizenaarsteksten die door de 20ste eeuwse Samuel Barber op muziek zijn gezet. In het eerste deel ‘At St. Patrick’s Purgatory’ moesten pianist en sopraan elkaar nog aftasten, maar in de volgende delen viel alles goed samen. Pianist Jaap Dieleman paste zijn volume meer aan McFadden aan, die vooral veel indruk maakte in St. Ita’s Vision, met name door de gevoeligheid die zij het slot meegaf.

In Coplands cyclus op basis van de gedichten van Dickinson neemt de beeldende pianobegeleiding een belangrijke plaats in. Samen met de expressieve voordracht van de sopraan bloeide dit op tot een fraai geheel. Dat je voor liedrepertoire niet altijd hoogdravende teksten nodig hebt, bewees Leonard Bernstein met zijn La Bonne Cuisine: ossenstaartsoep of plumpudding eet niet alleen lekker weg, met een flexibele stem gaat het er ook in als koek.

Met een viertal a capella gezongen spirituals toonde McFadden haar flexibiliteit. Wat een inleving, timing, en emotie. Na een aantal luchtige musicalsongs sloot zij haar programma af met een aria uit Bernsteins opera Candide.

Hier bleek bijzonder waar de grootste kracht van deze vocaliste ligt, namelijk bij het muziektheater waarin zij zang- en acteertalent met elkaar kan combineren. Zij veranderde in een operadiva die flink kon uithalen en even daarna ook weer kon ontroeren. Het publiek genoot.

Recensie Els Boer, Gooi en Eemlander 24-3-03
 
 
 
Hecht samenspel bij Osiris Trio

Om een idee te krijgen van de hoge eisen die aan professionele musici worden gesteld, is een vergelijking met topsport soms zinvol. Veel talent hebben, een leven lang oefenen en topprestaties kunnen leveren onder spanning. Dat zijn op beide gebieden noodzakelijke ingrediënten. Voor het Osiris Trio zijn hier gemakkelijk nog een aantal goede eigenschappen aan toe te voegen: muzikaliteit, teamwork en concentratievermogen. Dat waren in elk geval de pijlers waarop de uitvoering van het Tweede pianotrio van Sjostakovitsj rustte. Geen gemakkelijk werk, ijle hoge flageolettonen van de cello, pianoakkoorden die meer dan tien vingers deden vermoeden, ruige vioolakkoorden – ware fysieke inspanning. Ook voor de toehoorders geen eenvoudige muziek: vaak zijn er twee melodieën die weinig met elkaar te maken lijken te hebben, maar die – net als op een surrealistisch schilderij – een spannend geheel vormen juist door hun wisselwerking.

En hiermee raak je aan de belangrijkste eigenschap van een topensemble: het kunnen overbrengen van muzikale gedachten. De muziek van Sjostakovitsj is aangrijpend, zijn Pianotrio stamt uit het sombere leven in Rusland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ernstige muziek, zelfs wanneer een volksliedje als thema wordt gebruikt. Het Osiris Trio verstaat de kunst om de zeggingskracht van deze geladen muziek ten volle over te brengen.

De twee andere pianotrio’s waren beide volledig anders van sfeer. Het trio van Hummel had een plezierige, ontspannen uitstraling alsof de muziek zomaar vanzelf uit de instrumenten vloeide, ook in het virtuoze derde deel. Het Tweede pianotrio van Mendelssohn was van een ontroerende schoonheid. Dromerige momenten in het eerste deel, alles mooi in balans, en een prachtige langzame climax in het laatste deel die alleen maar zó tot stand kan komen door een perfect samenspel.

Josée Zuiver, GE, 14 januari 2003
 
 
Levendig barokconcert Combattimento Consort

Heinrich Ignaz von Biber, een Boheems componist uit de tweede helft van de zeventiende eeuw, stond centraal in het Seinconcert van vrijdagavond. Het Combattimento Consort had gekozen voor deze relatief onbekende componist naar aanleiding van diens driehonderdste sterfjaar. ER bleken juweeltjes van composities uit het stof gehaald te zijn. Verscheidene instrumentale 'Balletti', bestaande uit verschillende delen met een danskarakter, werden vlot en trefzeker uitgevoerd door het ensemble. Von Biber was zelf een virtuoos violist die allerlei nieuwe viooltechnieken heeft ontwikkeld. Dit was koren op de molen van eerste violist en ensembleleider Jan Willem de Vriend. De Vriend heeft een uitstekende techniek waardoor alle muzikale hoogstandjes prima en ontspannen overkwamen. Een verrassend element in Bibers muziek was de invloed van de volksmuziek. In de 'Polnische Sackpfeiffen'leken doedelzakken te klinken in plaats van strijkers: de viool speelde een melodietje dat lekker dissoneerde tegen de liggende akkoorden van de andere strijkers. Ook de Sonata Jucunda klonk soms als zigeunermuziek, het leek of een deel van het stuk volledig geďmproviseerd werd. Het uit negen musici bestaande Consort speelde in wisselende bezetting; in de driestemmige Fantazia 2 van Henry Purcell traden slechts een viool, een altviool en een cello op. Hoewel er uitstekend gemusiceerd werd, miste ik vooral hier de warmere klank van darmsnaren zoals in Purcells tijd gebruikelijk. Maar het Combattimento Consort kiest bewust voor de negentiende-eeuwse intrumenten om muziek uit de barok (1600-1800) te spelen, een keus die mede wordt ingegeven door de grote verschillen in stijl en uitvoeringspraktijk die er in die twee eeuwen bestonden. Dat hun levendige speelwijze een groot publiek aanspreekt bleek wel uit de grote opkomst en het warme applaus dat de musici ten deel viel.

Josée Zuiver
G&E 2/2/2004
 


HOME  -   CONTACT  -   ROUTE  -   LOGIN

Website Seinconcerten © 2010

webdesign: avdtol